EEN AFNEMENDE IJVER VOOR GOD

Gary Wilkerson

In zijn brief aan de Gemeente van Korinthe, deelt de apostel Paulus zijn beeld dat hun vurigheid voor God afneemt. Een deel van hun ambitie verschuift, verplaatst uit het midden en hun focus is niet duidelijk, dus stuurt hij hen een corrigerende brief.

"U bent al verzadigd, u bent al rijk geworden! ... Wij zijn dwaas om Christus' wil, maar u bent wijs in Christus, wij zwak, maar u sterk, u geëerd, maar wij veracht. Tot op dit moment lijden wij én honger én dorst, én zijn wij naakt, én worden wij met vuisten geslagen, én hebben wij geen vaste woonplaats, én spannen wij ons in door met onze eigen handen te werken. Worden wij uitgescholden, dan zegenen wij. Worden wij vervolgd, dan verdragen wij. Worden wij belasterd, dan bidden wij. Wij zijn geworden als het uitvaagsel van de wereld en het afschraapsel van allen tot nu toe. Ik schrijf deze dingen niet om u te beschamen, maar als mijn geliefde kinderen wijs ik u terecht" (1 Korinthe 4:8, 10-14).

Geleerden vertellen ons dat de Korinthische kerk waarschijnlijk de rijkste van alle nieuwtestamentische kerken was. Hun locatie bood hen vele mogelijkheden en grote welvaart dankzij de scheepvaartindustrie. Paulus wees erop dat ze te veel leken op de samenleving om hen heen; terwijl ze al dit moois hadden, ontbrak er iets. Zelfs met al hun uiterlijke succes was er iets mis.

Wat was er aan de hand in deze kerk? Paulus vermaande hen niet, omdat ze welvarend waren. Ook suggereerde hij niet, dat arm zijn op de ene of andere manier beter zou zijn. Nee! Hij wees erop dat hun focus helemaal verkeerd was. Ze probeerden de verlangens van hun hart te vervullen met de dingen van deze wereld, in plaats van God te zoeken. Met andere woorden, ze waren op de verkeerde plaatsen op zoek naar liefde. Daarom had hun leven geen invloed in Gods Koninkrijk. Zo moeten wij er ook vandaag op letten, om niet afgeleid te worden door bezigheden die ons afhouden van een duidelijk zicht op Jezus!