Het liefdevolle antwoord van de Heer op verdriet. By David Wilkerson November 30, 2009 Ik ben gewoon verbaasd over het liefdevolle antwoord van de Heer op verdriet. Als ik de bijbel lees, zie ik dat niets onze God meer raakt dan de ziel die overweldigd wordt door verdriet. Verdriet wordt gedefinieerd als: "diep lijden" of "verdriet veroorzaakt door zeer grote nood". Jesaja vertelt ons dat de Heer zelf bekend is met deze zeer grote, pijnlijke emotie: "Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte" (Jes. 53:3). We zien een geweldig voorbeeld van Gods liefdevolle antwoord op verdriet in Marcus 5. Dit hoofdstuk verhaalt de ontmoeting van Jezus met Jairus, een leider van een synagoge, en een vrouw met een chronische bloeding. Als leider van de synagoge in Capernaüm, was Jairus deel van een religieus systeem dat Jezus had verworpen. We weten niet wat Jairus persoonlijk dacht van Christus, maar we weten wel dat hij getuige was geweest van zijn genezende kracht. Het is zeer waarschijnlijk in de synagoge van Jairus geweest dat Christus een man met een verschrompelde hand genas. En Jairus was waarschijnlijk onder de menigte toen Jezus boze geesten uitwierp, die riepen: "U bent de zoon van God" (Marcus 3: 11). Jairus moet ook hebben geweten van de machtige werken van Jezus in andere steden zoals Chorazin en Bethsaida. Hij en andere oudsten in Capernaüm gebruikten hun grote invloed om hem te verwerpen, waarop Jezus tot hen zei: "En gij, Kafarnaüm, zult gij tot de hemel verheven worden? Tot het dodenrijk zult gij nederdalen; want indien in Sodom de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, het zou gebleven zijn tot de dag van heden" (Mattheüs 11:23). Maar nu, zoals we lazen in het verhaal over Jairus in Marcus 5, zien we dat verdriet in het huis van de leider van de synagoge is gekomen. Zijn 12 jaar oude dochter lag ziek in bed en ging bijna dood (Marcus 5: 23). Zeker maakte dit dat Jairus aan Jezus moest denken. Het was een verschrikkelijk verdriet dat Jairus tot Christus bracht.Als deze ellende het huis van Jairus niet had getroffen, dan twijfel ik of hij naar Jezus was gekomen. Bedenk eens: zelfs het wonder van de genezen hand had Jairus niet aangeraakt. Massa's mensen volgden Jezus om hem te horen prediken en hem wonderen te zien doen, maar niets daarvan trok Jairus tot hem. Misschien wist zelfs de eigen dochter van Jairus over Christus, omdat de schriften zeggen dat de kinderen in hem geloofden en hem prezen. Ik kan me zo voorstellen dat dit zieke klein meisje haar vader vroeg: "Vader, roep Jezus toch, Hij zal me genezen." Nu was het geliefde kind van Jairus op het punt van doodgaan. Welke innerlijke strijd had deze leider van de synagoge te doorstaan voordat hij Jezus om hulp verzocht? Zijn sociale cirkel bespotten Christus, en noemde hem een oplichter. Zij wilden hem doden, en bereidden zelfs een aanslag voor op zijn leven. Als Jairus naar Jezus zou gaan om hulp, zou hij verbannen worden, afgesneden, belachelijk worden gemaakt. Het zou hem niet alleen zijn plaats in de synagoge kosten, maar ook in de religieuze samenleving. Hij zou uitgestoten zijn. Ik geloof dat ons daarom wordt verteld dat vele mensen Jairus volgden toen hij tenslotte hulp aan Christus kwam vragen (Marcus 5:24). De mensen van Capernaüm wilden zien wat er zou gebeuren met deze leider van de synagoge als hij Jezus in zijn huis bracht. Dus, wat was het antwoord van de Heer toen Jairus aan zijn voeten viel en hem: "dringend verzocht"? We worden gewoon gezegd: "Jezus ging met hem mee". Christus antwoordde in liefde, zelfs toen het geloof van Jairus in hem uit verdriet was geboren. Ik kan me voorstellen wat de discipelen dachten: "Deze man, die Jairus, wilde niks met Jezus te maken hebben toen alles goed ging. Nu wil hij hem alleen maar omdat hij in de narigheid zit. Jairus moet naar Jezus toe omdat hij geen andere optie heeft." Ze hadden gelijk: alleen verdriet had Jairus tot Jezus gebracht. Maar het feit is dat we een heiland dienen die liefdevol antwoord op iedere pijn, verdriet en zorg. Bedenk eens: wat Jairus deed, hebben we allemaal gedaan. Ook wij vergaten vaak de Heer, verwaarloosden hem, en verwierpen hem zelfs misschien. Maar de vraag waar onze God het meest in is geïnteresseerd is deze: "Op welk punt ben je nu met mij? Roep je voor het verdriet dat je nu hebt mijn hulp in?" Zelfs toen God zijn volk Israël aan het kastijden was, werd hij diep geraakt door hun verdriet. Richteren 10:16 vertelt ons: "Toen kon Hij Israëls ellende niet langer aanzien." De Heer was dus bedroefd over zijn volk, en had diepe pijn. Tot dat punt had Hij die generatie gezegd: "Ik zal u niet meer verlossen." Maar nu, in hun tijd van ellende, antwoordde Hij door in hun verdriet aanwezig te zijn. We vinden dit zelfde patroon terug in het hele Oude Testament. Keer op keer lezen we: "God had berouw vanwege hun ellende." De zin suggereert: "medelijden, verdriet, troost, lastenverlichting." Zelfs in zijn oordeel heeft God verdriet over zijn kinderen. De Psalmist verklaart iets ongelooflijks: "Dan gedacht Hij te hunnen gunste aan zijn verbond, en had deernis naar zijn grote goedertierenheid. Dan deed Hij hen barmhartigheid vinden bij allen die hen als gevangenen hadden weggevoerd" (Psalm 106:45-46). Als God Zijn kinderen ziet pijn lijden, heeft Hij niet alleen verdriet over hen, maar Hij maakt zelfs dat hun vijanden met hen medelijden krijgen! Misschien word je, als je dit leest, terneergedrukt door één of ander zwaar verdriet. Bijvoorbeeld over het verdriet van een goede vriend (vriendin) die lijdt of pijn heeft. Het kan een zoon of dochter zijn die teruggevallen is, en langzaam wegzinkt in de dood van zonde. Het kan ook zijn dat iemand die je dierbaar is een dreigende, zware financiële crisis moet doorstaan. Ik zeg tegen jullie allemaal: Jezus Christus wordt geraakt door jullie verdriet. Het is geweldig Jezus bij ons te hebben wanneer wij pijn lijden, zoals Jairus ook gehad. Maar zelfs als het erop lijkt dat er een wonder gaat gebeuren, kan er oponthoud zijn. Ofschoon Christus met hem was, zou een dodelijk oponthoud Jairus tot een punt brengen dat hij geen hoop meer had. Het wonder van Jairus had oponthoud toen Christus antwoordde op een aanraking van iemand die wanhopig was.Op weg naar het huis van Jairus, ontmoetten zij een vrouw die lijdde aan een chronische bloeding. 12 jaar lang had zij zonder oponthoud gebloed. Ze stierf letterlijk een langzame dood. Lucas, een geneesheer, schreef dat zij: "door niemand genezen kon worden" (Lukas 8: 43). De joodse wetten zeiden dat deze vrouw "onrein" was. Voor ons vertegenwoordigt zij een type van gelovige die vastzit aan de "onreinheid" van zonde. In feite kunnen sommigen die deze boodschap lezen aan het "bloeden zijn" door iets wat voor hen een ongeneeslijke zondeplaag is geweest. Gedurende de jaren is hun geestelijke leven langzaam weggekwijnd door een gevecht waar ze niet in konden overwinnen. Twaalf jaar lang vocht deze vrouw dat soort gevecht. Ze zocht overal naar genezing. Ze hoorde van een of andere specialist, en dat gaf haar weer op. Bij ieder dokter die zij raadpleegde, herhaalde zij opnieuw haar verhaal, en zei: "Dit is mijn probleem." Zij namen allemaal geld van haar aan en deden haar beloftes. Maar iedere keer kwam zij ontmoedigd thuis. Op een zeker punt moet deze vrouw gedacht hebben: "Het heeft geen zin. Mijn toestand is hopeloos. Ik ga door met lijden totdat ik langzaam sterf." Jammergenoeg zie ik massa's christenen hedentendage die precies doen wat deze vrouw deed. Zij rennen naar iedere plaats die een antwoord aanbiedt. Zij leggen hun problemen steeds weer uit en hopen dat zij deze keer verlossing zullen vinden. Alles wat zij willen is dat iemand het bloeden van hun hart doet stoppen. Nu reikte deze lijdende vrouw voor de laatste keer uit om hulp te verkrijgen. Deze keer ging het er om deze man Jezus aan te raken, alleen maar contact met hem te maken door de zoom van zijn kleed aan te raken. En toen zij dat deed, werd ze ogenblikkelijk genezen! Op hetzelfde moment keerde Jezus zich om en vroeg: "Wie raakte mij aan?" Dit maakte dat deze vrouw begon te trillen van angst (zie Marcus 5: 33). Waarom deed zij dat? Omdat zij volgens de wet onrein was. Het werd haar zelfs niet toegestaan om samen met anderen te aanbidden, laat staan iemand aanraken. De joodse wet verklaarde: "Drieëndertig dagen zal zij blijven in het reinigingsbloed; niets heiligs zal zij aanraken, naar het heiligdom zal zij niet komen, totdat de dagen van haar reiniging vervuld zijn." (Lev. 12:4). Deze vrouw was bang om toe te geven wat zij had gedaan. Ze had zelfs reden om bang te zijn voor haar leven. Maar: "Wetende wat met haar geschied was, kwam zij en wierp zich voor Hem neder en zeide Hem de volle waarheid." (Marcus 5:33). Op dit punt zien we twee redenen waarom Jezus het oponthoud van het wonder van Jairus toestond. De eerste reden was dat Jezus wilde dat deze vrouw bevrijd zou worden van haar gevoel van "onrein zijn". Hij wilde dit moment gebruiken om publiekelijk deze smaad van haar weg te nemen. Ik ken vele christenen die, zoals deze vrouw deed, onder een wolk van angst leven vanwege hun: "onrein zijn". Misschien beschrijft dit jou. Je hebt zolang al met een zonde geleefd dat je denkt: "En wat nou met míjn verschrikkelijke zondegeschiedenis? Als Jezus helemaal geneest, dan moet er wel iets mis zijn met me. Dan hoor ik niet in de kerk. Het is een heilige plaats, en ik ben niet rein." Ik zeg tegen je dat als je in een goede, liefdevolle kerk bent, je echt op de juiste plek bent, omdat de Geneesheer er is! En niemand is er in geïnteresseerd hoe slecht je in het verleden was of hoe lang je al "onrein" bent. In plaats daarvan zouden ze alleen maar zoveel om je moeten geven dat ze je vragen: "Wil je genezen worden?" Dit brengt ons naar de tweede reden waarom Jezus een oponthoud van het wonder voor Jairus toestond: Hij probeerde Jairus een diepe les te leren. Probeer je eens voor te stellen hoe dit tafereel zich ontwikkelde: Jairus was wanhopig om Jezus naar het bed van zijn dochter te brengen. Maar deze vrouw met haar probleem van bloeden bleef maar praten en vertelde Jezus haar hele verhaal. Volgens de schriften vertelde zij hem alles, wat veel tijd gekost moet hebben. Ik vraag me af of Jairus bij zichzelf dacht: "Deze vrouw is 12 jaar lang ziek geweest. Kan dit niet nog een paar uurtjes wachten? Mijn dochter staat op het punt dood te gaan op dit moment." Ik stel me voor hoe hij in zijn handen wrijft, en nerveus van de ene voet naar de andere gaat, zijn tenen krult, turend om te zien of er al een boodschapper aankwam. Het feit is, Jezus had regelrecht naar het huis van Jairus kunnen gaan zonder oponthoud. Hij zou de vrouw daar hebben kunnen genezen, zonder naar haar hele verhaal te luisteren. Maar hij stelde het allemaal uit met een bedoeling. Hier was deel één van de les die hij wilde geven: het is mogelijk voor ons zo gericht te zijn op ons eigen lijden en pijn, ons eigen behoefte aan een wonder, dat we niet meer instaat zijn ons te verheugen in wat Jezus aan het doen is bij anderen. In het kort, onze pijn kan ons verblinden voor de nood van iemand anders dan wijzelf. Dat brengt ons naar deel twee van de les: Als we zien wat Jezus voor anderen doet, kan dat ons geloof opbouwen voor ons eigen probleem. Ik geloof dat Christus het geloof van Jairus probeerde op te bouwen in deze situatie. Hij zou tegen Jairus gezegd kunnen hebben: "Ik weet hoe wanhopig je bent, en ik weet alles over de situatie van je dochter. Maar kijk eens naar deze arme vrouw! Ze heeft iedere dag al meer dan 12 jaar geleden, ieder uur sinds het moment dat je dochter was geboren." Dus, is er oponthoud geweest bij de beantwoording van jouw gebed? Zie je dat anderen om je heen overwinningen krijgen, aangeraakt worden en genezen, en dat er wonderen bij hen gebeuren, maar jij staat er maar hopeloos bij en je lijdt? Word je ongeduldig of boos op God en roep je: "Waarom ik niet Heer? Waar is mijn wonder? Waarom wordt het uitgesteld?" Als dat zo is, mis je helemaal waarom het gaat. De Heer probeert je geloof op te bouwen. Hij wil dat je voorbij het punt komt van verdriet en op Hem gaat vertrouwen, welke oponthouden er ook zullen komen. Hij toont je dat Hij aan het werk kan zijn met het genezen van duizenden om je heen en toch zijn ogen op jou gericht kan hebben! Jezus antwoordt vooral als alle hoop verdwenen lijkt.Ik vraag me af of Jairus de verbazingwekkende woorden van Jezus kon horen tegen de bloedende vrouw: "Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede en wees genezen van uw kwaal." (Marcus 5:34). Ik twijfel of Jairus er iets van gehoord heeft, omdat zijn focus nu op een boodschapper gericht was die naar hem toe zou rennen. De schriften zeggen dat, terwijl Jezus nog steeds de wondere woorden sprak tegen de vrouw, Jairus een ijzingwekkende boodschap kreeg: "Uw dochter is gestorven" (5:35). Oh, wat een leugens moet satan in de oren van Jairus hebben gefluisterd: "Dit is allemaal tevergeefs geweest. Jezus kan niks voor je doen. Er is geen wonder. Deze vrouw zegt dat ze genezen is, maar zou het waar zijn?" Toen kwamen de doordringende woorden van de boodschapper: "Waarom valt gij de Meester nog lastig? Bedenk eens wat hier tegen Jairus werd gezegd: "Het heeft geen zin. Het is te laat voor God om te werken. Bedankt, Jezus, maar het hoeft niet meer. U wachtte te lang met helpen." Ik kan een stem horen door dit alles heen die erg tegen Jairus tekeergaat: "Je vertrouwde op deze Jezus. Je viel aan zijn voeten en smeekte om zijn hulp. Maar niets hielp. Het is nu weer tijd om rechtsomkeert te maken naar de synagoge. Jezus kan je niet helpen." Maar Jezus had alles gehoord wat er gaande was. Nu, terwijl Hij de angst, wanhoop en verdriet zag op het gezicht van Jairus, zei Hij tegen hem: "Wees niet bevreesd, geloof alleen" (Marcus 5:36). Ik geloof dat Christus tot deze menigte en tot ons vandaag zei: "Het is niet genoeg om met mij mee te lopen, mij aan te roepen en voor mijn voeten te vallen in berouw. Je moet in mij vertrouwen. Je moet geloven dat ik leven uit de dood kan doen ontstaan." Inderdaad, er was een laatste test voor het geloof van Jairus: hij werd gedwongen de dood recht in het gezicht te kijken. De geliefde dochter van deze gebroken man was dood. Stel je de chaos en verwarring eens voor in zijn huis toen hij en Jezus aankwamen. Ik kan me zo voorstellen dat Jairus' vrouw zich in zijn armen wierp, roepend: "Waar ben je geweest? Het is te laat. Onze dierbare dochter is dood!" Zoals de gewoonte was van die tijd, waren betaalde, professionele treurders aan het huilen en weeklagen bij dit gebeuren. Maar toen Jezus dit allemaal zag, zei hij tot hen: "Waarom maakt gij misbaar en weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt" (5:39). Wat was hun reactie? "En zij lachten Hem uit" (5:40). Eens temeer verwierpen zij de boodschap van Jezus. Geliefde, deze situatie laat zien wat de Heer van ons allemaal vraagt. We moeten recht in onze plek van verwarring lopen, terwijl de dood, verschrikking en bespotting ons aanstaren, en dit woord gehoorzamen: "Wees niet bevreesd, geloof alleen! We weten niet of het geloof van Jairus staande was gebleven, of dat zijn hart gebroken was van angst. We weten alleen dat ze allemaal stomverbaasd waren door wat er verder gebeurde. Jezus nam het dode meisje bij de hand en zei: "Talita koem, hetgeen betekent: Meisje, ik zeg u, sta op! En het meisje stond onmiddellijk op en het kon lopen; want het was twaalf jaar" (5:41-42). Kerk, we moeten ons steeds weer de woorden van Jezus herinneren, in tijden van hopeloosheid en dood, als alle mogelijkheden verdwenen zijn en niets menselijkerwijze meer gedaan kan worden: "Wees niet bevreesd, geloof alleen." Je zegt misschien: "Maar wanneer ik pijn heb, heb ik niet de kracht om te geloven. Dan ben ik te zwak, en voel ik me erdoor overweldigd." Ik moet toegeven dat zelfs na 58 jaar in de bediening, ik nog steeds bid: "Heer, U moet geloof in mij leggen. Ik kan uit mijzelf niet geloven." Maar ik kan ook getuigen dat de heilige Geest getrouw is om dat werk te doen. Hij heeft nooit gefaald het voor mij te doen. Tenslotte zegt Paulus, komt er een tijd om: "Uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden" (Efeze 6:13). Staan op Gods woord, ondanks alle pijn en verdriet, ondanks alle zwakheid van het vlees. Jairus deed dit, en ook de bloedende vrouw. Zij besloten: "Ik hoef alleen maar de zoom van zijn kleed aan te raken." Alles wat we nodig hebben voor ons gevecht is Jezus, die leven uit de dood kan doen ontstaan!David schreef in een psalm dat de Heer: "het getal der sterren bepaalt" (147:4). Bedenk eens: de adem van God's mond bracht iedere galaxie in zijn plaats. David zegt tegen ons: "Als je pijn hebt, stop dan en kijk omhoog. Dan zul je je realiseren: "Als God dat kan doen, dan kan Hij zeker ook voor mij zorgen." En daar ben ik het mee eens. Als jij in je pijn je ogen richt op de majesteit van God, zul je meer antwoord ontvangen dan welke prediker je ooit kan geven. Je denkt misschien dat God jou in de steek heeft gelaten omdat Hij niet heeft geantwoord. Ik zeg je, jouw woord dat wonderen zal verrichten is onderweg. Hij is op dit ogenblik aan het werk voor jouw verlossing en Hij is aan het werk geweest sinds het moment dat je voor het eerst begon te bidden. Hij heeft beloofd dat Hij je nooit in de steek zal laten. De zeeën mogen bulderen, bergen vallen misschien in de zee, en alles wat geschut kan worden zal worden geschud. Maar Hij kan niet geschud worden, en ook zijn doel voor zijn kerk niet. Ik zeg tegen de homoseksueel: "Hou op met het wroeten in je verleden, en met het onderzoeken van de wortels van je levensstijl. Kom in geloof en raak Jezus zelf aan, zoals deze vrouw deed." Ik zeg tegen allen die door zonde bezet zijn: "Hou op met heen en weer rennen op zoek naar hulp, en met zeggen dat het hopeloos is. Kom in geloof naar Jezus toe en raak hem aan. Gehoorzaam hem, en Hij zal je genezen". Ik tegen allen met bedroefde harten: "Leg al je laster neer bij Jezus. En laat dan alles in zijn handen. Wees niet bevreesd, geloof alleen!" Als je Jezus aanraakt, als je uitreikt naar de zoom van zijn kleed, ontvang je zijn kracht. Toen de bloedende vrouw Hem aanraakte, wordt ons gezegd dat: "Jezus terstond bij Zichzelf de kracht bemerkte, die van Hem uitgegaan was" (Marcus 5:30). Dit betekent kracht over alle onreinheid, zonde en dood. Bedenk, Hij is de God die alle dingen maakte, met inbegrip van jou en mij. Als die God een rein hart in David kon scheppen, een moordenaar en een overspeler, dan kan hij hetzelfde in jou doen. Hij kan je leven helemaal veranderen. "De leidsman en voleinder des geloofs" (Hebr. 12:2) Geliefde heilige, Jezus is bij je nu en in jouw gevecht. Je kan naar hem toekomen en hem aanraken net zoals de bloedende vrouw deed. Je kunt de genezende opstandingskracht van Christus ervaren, net zoals Jairus deed. Hij wandelt iedere dag naast je in alle omstandigheden. En hij heeft een plan om je van de dood naar het leven te brengen. Wees niet bevreesd, geloof alleen!