Sermons  Pulpit Series Newsletters   De genezende kracht van lijden by David Wilkerson

De genezende kracht van lijden

by David Wilkerson | March 31, 2008

    PDF     TXT   Print  Print

March 31, 2008

We weten allemaal wat lijden is. Dat is een tijd van narigheid en ellende die ons 's nachts wakker houdt. Het is zo pijnlijk en verzwakkend dat we niet meer kunnen slapen vanwege angst en zorgen.

Maar hoe pijnlijk dit lijden ook is, God gebruikt het om zijn doel in ons leven te bewerkstelligen. David schrijft:
"Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige, maar uit die alle redt hem de HERE", Psalm 34:20. Bovendien maken de Schriften ons duidelijk dat God het lijden kan gebruiken om zowel zondaren als heiligen te genezen.

Ik denk aan Manasse, de slechtste koning van de geschiedenis van Israël. Manasse keerde zich af van de Heer en werd een gemene moordzuchtige man. Denk aan al het kwaad wat deze man deed: hij bouwde afgoden voor de heidense god Baäl, zelfs in de tempelhof. Hij bouwde altaren om de zon te aanbidden, de maan en de sterren. Hij offerde zijn eigen kinderen, en wierp ze in brandende putten van demonische afgoden van Baäl. Hij versmaadde de woorden van de rechtvaardige profeten en zocht in plaats daarvan de raadgeving van toekomstvoorspellers. Hij stond hekserij toe, spiritisme, en duivelaanbidding. Hij was een brute bloeddorstige tiran die er plezier in had onschuldige mensen te vermoorden. De Schriften zeggen dat Manasse erger zondigde dan al de heidenen die Israël omringden.

Wat gebeurde er met deze slechte koning? God zond een tijd van groot lijden naar Manasse, door toedoen van het Assyrische leger. De gevreesde Assyriërs drongen Jeruzalem binnen en namen de mensen gevangen met inbegrip van Manasse, bonden hem vast in ketenen en maakte zijn lichaam vast aan pijnlijke dorens. Zij dwongen de Israëlieten tot het afleggen van dodelijk lange looptochten, en gaven ze weinig te eten of te drinken. Volgens de geschiedschrijvers waren deze looptochten zeer wreed.

Het was gedurende deze tijd van verschrikkelijk lijden dat Manasse begon te bidden: “Maar, toen hij in het nauw geraakt was, zocht hij de gunst van de HERE, zijn God; hij verootmoedigde zich diep voor het aangezicht van de God zijner vaderen”, 2 Kronieken 33:12.

Hoe reageerde God op het gebed van Manasse? Hij hoorde het geroep van de koning en bracht hem terug op zijn troon. Toen werd Manasse een voorvechter van rechtvaardigheid. Hij haalde de afgoden neer en de altaren die hij had gebouwd in het land.

De lessen die we kunnen leren uit de geschiedenis van Manasse zijn duidelijk. Ten eerste: hoe werd deze man weer hersteld? Het gebeurde door lijden. De slechte Manasse had de mond van al de profeten in het land gesloten, waarna God maar één mogelijkheid had om tot hem door te dringen: lijden. Dat was het ogenblik dat de Heer de Assyrische mensen te voorschijn bracht en gebruikte als zijn staf om te corrigeren. Een tweede les is dat we nooit iemand mogen opgeven, zelfs de ergste en gemeenste persoon niet. God heeft methoden om zelfs de allerslechtste zondaar weer te bekeren en dit door middel van lijden.

David schreef: “Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik uw woord. Gij zijt goed en goeddoende, leer mij uw inzettingen.” Psalm 119:67-69.
“Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik uw inzettingen zou leren.” (71)

Deze twee verzen verklaren hoe Gods Woord een lamp werden voor de voeten van David, wat veroorzaakte dat David tegen de wereld ging getuigen: “Uw Woord is mijn vreugde, mijn grote liefde”.
Zo kwam het dat hij een liefdevol gebedsleven ontwikkelde, zo kwam het dat hij een man naar Gods hart werd. Volgens zijn eigen getuigenis kwam dit door middel van lijden.

Bedenk eens: “Ware uw wet niet mijn verlustiging geweest, dan was ik vergaan in mijn ellende.” (92)

Deze ongelooflijke openbaring kwam tot David door zijn lijden. Hij verklaart: "Het was de Heer zelf die mij deed lijden. En, in zijn getrouwheid, gebruikte hij mijn lijden om mij te laten zien waar ik had toegegeven aan zonden. Terwijl ik pijn ervaarde, opende Hij zijn Woord aan mij en toen begon ik duidelijk te zien.”

In zo veel woorden zegt David: ik weet nu dat de Heer het toestond om mij te genezen van al mijn zonden, mijn verdwaasdheid en mijn vleselijkheid. Als Hij zijn vrees niet in mijn hart had gelegd, als ik niet te maken had gehad met deze kwesties, zou ik hier nu niet staan vandaag. Dan zou ik de verkeerde kant op zijn gegaan. God wist wat er in mijn hart was, en hij wist precies hoe hij mijn aandacht moest trekken.

Je denkt misschien: dit is moeilijk te accepteren. Hoe kon een liefdevolle God al die verschrikkelijke narigheid toestaan bij David? En evenzo, als de Heer van mij houdt, dan kan hij toch die verschrikkelijke dingen waarmee ik te maken heb niet toestaan? Wat David hier zegt is leven gevende waarheid. Hij zegt ons in wezen: "Als we niet inzien dat de Heer in onze omstandigheden aan het werk is, als we niet geloven dat de stappen van de rechtvaardigen worden geregeld door zijn hand, zelfs in onze verschrikkelijke situaties, dan zal ons geloof tenslotte schipbreuk lijden. We zullen totaal van ons geloof afvallen.

Hier is Gods woord over dit onderwerp: “Want Gij hebt ons getoetst, o God, ons gelouterd, gelijk men zilver loutert;
Gij hebt ons in het net gebracht, banden gelegd om onze heupen; Gij deedt mensen over ons hoofd rijden, wij zijn door vuur en door water gegaan; maar Gij voerdet ons uit in de overvloed.”, Psalmen 66:10-12
“Deze ellendige hier riep en de HERE hoorde, Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.”, Psalmen 34:7.

Toen David uit zijn lijden kwam, riep hij niet langer bange vragen: "God waarom liet U het gebeuren dat ik door zulke narigheid heenging? Waarom stond u toe dat ik zo veel diepe pijn had?" In plaats daarvan zag hij de hand van de Heer in al zijn omstandigheden, vooral in de pijnlijke. Hij wist dat God iets van eeuwigheidswaarde in hem aan het doen was. Inderdaad, hij zag dat het lijden dat we doormaken bedoeld is om ons te genezen en te zuiveren. Het moet in ons de blijvende vrucht van de Geest voortbrengen: geduld, vriendelijkheid, volharding, zachtaardigheid.

“Want als Hij bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen.
Immers niet van harte verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen.”, Klaagliederen 3:32,33.

God heeft er geen plezier in iemand door lijden te laten gaan, of hij nou een heilige of een zondaar is. Jeremia zegt tegen ons: God kastijdt ons soms, en dat is pijnlijk voor ons, maar hij brengt dit lijden niet graag aan ons. Zijn hart zit er niet in. Zijn hart zit niet in het kastijden maar wel in het genezen ervan.

Stel je eens een chirurg voor en zijn medische team als zij zich voorbereiden een kind te opereren dat kanker heeft. Die chirurg weet dat als hij de tumor niet verwijdert, het kind zal sterven. Daarom zal hij iedere maatregel gebruiken om de kanker uit het lichaam van het kind te krijgen, hoeveel pijn dit ook veroorzaakt. Hij weet dat zijn chirurgische werk diepe pijn gaat voortbrengen. En nu, als hij zich klaarmaakt om te gaan snijden, vormt zich een traan in zijn oog. Het is speciaal voor hem een pijnlijk moment omdat het kind van hem is.

Dit is de genadige liefde achter iedere kastijding van onze vader. Toen ik nog een kleine jongen was namen mijn ouders Gods woord letterlijk en als ik iets verkeerd deed, kreeg ik slaag. Vandaag wordt zo iets kindermishandeling genoemd. Iedere keer als mijn vader de riem op mijn achterste bracht, was dit pijnlijk voor mij, alhoewel hij het nooit hard of in woede deed. Als hij zich klaarmaakte om te slaan, zei hij altijd: "Dit doen me meer pijn dan dat het jou doet." Ik geloofde hem nooit en daarna zei hij altijd: “Kom hier, David, laat me je een knuffel geven".

Ik ben ervan overtuigd dat de liefdevolle consequente discipline van mijn vader één van de redenen is dat ik vandaag het evangelie predik 60 jaar later. Evenzo weet onze hemelse vader alles wat zich in ons hart bevindt dat ons kan vernietigen. En als hij lijden toestaat in ons leven, is dat om dodelijke kanker bij ons weg te halen. Hij wil geen pijn toebrengen. Dat is het laatste wat hij wil. Hij verlangt er alleen naar de ziekte te verwijderen die zijn geliefde kinderen bedreigt.

Vele gelovigen die door lijden heengaan denken onmiddellijk dat ze door een satanische aanval heen moeten die niet in Gods wil is. Hun gedachten gaan naar Job, die bruut werd aangevallen door de duivel. Of ze denken aan Paulus, die sprak van een boodschapper van satan die hem kwelde. Ze herinneren zich de passage is waar Paulus zei dat hij werd lastiggevallen door de duivel.

En daarom, als we door lijden heengaan, praten we over satan als over een vloed die op ons afkomt. Wij denken aan hem als aan een brullende leeuw die ons aanvalt, die aan het zoeken is wie hij kan verslinden. We kunnen ons niet voorstellen dat God hiermee te maken kan hebben.

Maar het feit is dat satan geen vinger kan opheffen tegen een kind van God zonder dat de Heer dit toestaat. Ja, het is God die ons lijden toestaat. Als de satan ernaar verlangt ons aan te vallen, moet God eerst zijn muur van bescherming rondom ons neerhalen. Denk eens aan wat de Heer zei tegen David:
“Ik heb David, mijn knecht, gevonden, met mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd; voor wie mijn hand tot steun zal zijn, ook zal mijn arm hem sterken; geen vijand zal hem overvallen, geen booswicht zal hem verdrukken.”, Psalmen 89:21-23.

God zegt ons in wezen: "Het maakt niet uit wat voor beproevingen David moet doorstaan. Bij al deze zal hij op Gods tijd verlost worden. Ik verklaar aan de wereld dat de duivel aan niemand dit lijden kan toebrengen zonder dat ik het toelaat." De Assyriërs zijn misschien Gods corrigerende staf geweest bij Manasse, satanische machten kunnen de kastijdende staf zijn, maar God is nog steeds degene die de touwtjes in handen heeft.

De schriften zeggen ons:
“Rondom Jeruzalem zijn bergen; zo is de HERE rondom zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid.
Want de scepter der goddeloosheid zal niet blijven rusten op het erfdeel der rechtvaardigen, opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken naar onrecht.” Psalm 125:2-3.

We moeten nooit bang zijn dat de duivel ons iets aan kan doen. Hij heeft alleen macht over de zondige mens. God legt hem beperkingen op, hij kan maar tot een zeker punt gaan met zijn lijden, evenals hij deed bij Job.

De duivel mocht de apostel Paulus alleen tot een zeker punt lastigvallen. Als mensen van Gods volk zal ieder van ons aanvallen van de duivel moeten doormaken. Maar onze Heer heeft ons verdedigingswapens beloofd, zoals het schild van geloof:
“Neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven”, Efeze 6:16

Paulus realiseerde zich dat, alhoewel hij werd aangevallen door de satan, de Heer dit had toegestaan. Hij bad drie keer om verlost te worden van zijn lijden, maar God stond dit niet toe. Naderhand zag Paulus in dat hij zonder de kwellingen van de duivel wellicht te gronde zou zijn gegaan door trots. Per slot van rekening had deze man hemelse openbaringen ontvangen die geen ander mens gegeven waren. Als God hem dit lijden niet had toegebracht zou hij waarschijnlijk door verbeelding te gronde zijn gegaan.

Als ons lijden niet ophoudt Zijn we geneigd te denken: God moet wel boos op me zijn. Ik lijd nu vanwege de zonden die ik in het verleden heb begaan. We beginnen in onze gedachten al die zonden uit het verleden weer terug te halen, en worden ervan overtuigd dat we wel ergens een grens moeten hebben overschreden. Waarom zou mijn lijden anders niet ophouden? Waarom beantwoordt God mijn gebed om verlossing niet? Ik dacht dat alle zonden onder het bloed van Christus waren. Wat ik gedaan heb moet zo verschrikkelijk zijn dat ik er nu voor moet boeten."

Dat is de manier waarop Asaf, de psalmist, reageerde op groot lijden in zijn leven. Deze vrome man was de muziekleider van de tempel onder koning David en Salomo. In psalm 77 beschrijft Asaf de ernstige gevolgen van zijn lijden:
“Gij houdt mijn ogen open, ik ben onrustig en kan niet spreken”, Psalm 77:4.
We weten niet precies waar Asaf zelf aan te lijden had, maar het was zo overweldigend dat hij er 's nachts niet van kon slapen. Alhoewel hij ijverig had gebeden kwam er geen antwoord. De hemel leek voor hem gesloten te zijn.

In zijn lijden zei Asaf: “Waarlijk, God is goed voor Israël, voor hen die rein van hart zijn.
Maar mij aangaande, bijkans waren mijn voeten afgeweken, bijna waren mijn schreden uitgegleden.” Psalmen 73:1-2.

Hij zei in wezen: “Je moet wel een goed mens zijn om lijden te kunnen vermijden”. Wat een verkeerde leerstelling uitgesproken door een dienaar van God! Waarom zou Asaf dit zeggen?

Dit kwam door een pijnlijke verwarring die hij doormaakte. Zie je, temidden van zijn lijden zag Asaf dat de slechte mensen niet zo erg leden als hij zelf, maar in plaats daarvan het goed hadden. Hij zei: “Zij spotten, en boosaardig spreken zij van verdrukking, zij spreken uit de hoogte; ze zetten een mond op tegen de hemel, en hun tong roert zich op de aarde.”, Psalmen 73:8,9.

Asaf zei in wezen: “Ik heb mijn hart en mijn handen schoongehouden. Toch moet ik lijden terwijl de slechte mensen juist gezegend worden." Hij kwam tot de conclusie:
"Maar tevergeefs heb ik mijn hart rein gehouden, mijn handen in onschuld gewassen.
De ganse dag word ik geplaagd, mijn bestraffing is er elke morgen.”, Psalmen 73:13-14.

Met andere woorden: "Het maakt niks uit dat ik zo vroom ben geweest. Het is allemaal vergeefse moeite geweest." Hij was klaarblijkelijk gefocust op zonde uit het verleden.

Nu komen we bij de bron van de problemen van Asaf. Hij openbaart:
“Ik tobde erover om dit te begrijpen, een kwelling was het in mijn ogen” (73:16).

Hij verklaarde: "Ik kan het niet begrijpen. Het gaat goed met de slechte mensen terwijl de vrome mensen lijden. Hoe kan dit nou mogelijk zijn? Het doet me pijn als ik er alleen maar aan denk."

Deze goede man had zijn best gedaan om Gods werk te doen: aanbidding, liederen maken, zangkoren leiden om Gods lof te zingen. Toch zat zijn hart vol jaloersheid. Toen Asaf zei: "bijkans waren mijn voeten afgeweken” (73:2), zei hij: "Ik spande me in om zuiver voor de Heer te leven. Maar alles wat ik er voor teruggekregen heb was lijden. Ik was zo jaloers op de slechte mensen die het goed hadden dat mijn geloof bijna schipbreuk leed”.

Asaf ervaarde wat genoemd wordt: “beproeving door het Woord". Toen hij terugkeek op de wonderen die God had gedaan voor zijn volk: het scheiden van de wateren van de Rode Zee, het manna uit de hemel, het water uit een rots, werd hij "beproefd" door Gods getrouwheid. Eenvoudig gezegd, toen hij naar zijn eigen leven keek en naar het gebrek aan bevrijding, voelde hij zich gefrustreerd.

Als het getuigenis van David betrouwbaar is: dat God het lijden van de rechtvaardige toestaat, dan kunnen we weten dat het de Heer was die de geest van Asaf in onrust bracht. In zijn grote en liefdevolle vriendelijkheid en getrouwheid wilde hij niet dat Asaf doorging met zijn kreupelmakende zonde van jaloersheid. Hij wilde niet dat hij doorging met de gedachte: "God doet mij boeten voor al mijn zonden."

De Heer bracht Asaf tenslotte door die donkere nacht. Maar nooit was het lijden van deze man ook maar een ogenblik Gods oordeel voor zonde uit het verleden. Asaf was toch altijd wel gered. Veeleer was dit het geval: “Want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here”, Hebreën 12:6.

Asaf laat zien dat, hoe wij reageren op ons lijden, een zaak is van leven of dood. Als we niet zien dat de Heer aan het werk is in ons lijden, kunnen we ons hart verharden en kan ons geloof tenslotte schipbreuk lijden. Ons geloof kan niet rusten op de goede dingen die God in het verleden voor ons gedaan heeft, maar moet rusten op het kennen van Hem die deze daden in getrouwheid verrichtte.

De goede reactie bij ieder lijden is een onderzoekend hart. Dit is een hart dat zich afvraagt: "Heer zegt U me iets in deze zaak? Ben ik verblind geweest voor iets wat u mij wilde zeggen?" Door de jaren heen heb ik geleerd dat als lijden komt, ik naar de Heer moet rennen met een open hart en mij moet afvragen: "Wat is hier allemaal aan de hand, Heer? Wat wilt U me laten zien? Ik zal het doen wat U ook maar van me vraagt."

De Heilige Geest laat het me altijd zien. Soms zal Hij zeggen: "Pas op David, dit is een valstrik van de duivel." Of, zonder daarbij te veroordelen, zal Hij een gebied openbaren waarbij ik enigszins heb toegegeven aan zonde, en tegen me zeggen: "Gehoorzaam en de hemel zal voor je opengaan en alles zal duidelijk worden."

Onze redding is niet in gevaar. Maar alhoewel we gered zijn, zijn we nog niet geheel toegewijd. We hebben vele zaken die God verhinderen ten volle in ons te komen wonen, de zaken van het hart waar we verblind voor zijn: geheime lusten, begeerte, luiheid met betrekking tot de dingen van God. Als we bereid zijn naar Hem te luisteren, zal de Heer ze altijd aan ons openbaren. En het belangrijkste van alles: als we de vuren van het lijden moeten doorstaan, dan zal God ons zijn tedere, liefdevolle genade en zijn medelijden openbaren.

Als God ons toont wat er in ons hart zit: het ongeduld, de zonde die ons bezet houdt, de "kleine”, maar dood brengende toegevendheid aan zonde, dan gaan we deze dingen in onze tijd van lijden zeer ernstig opnemen. Dat is de reden waarom David bad: "Laat uw goedertierenheid mij tot vertroosting zijn naar uw belofte aan uw knecht. Uw barmhartigheid kome over mij, opdat ik leve, want uw wet is mijn verlustiging.” Psalmen 119:76,77.

David riep uit vanuit zijn lijden: "Zend me uw vertroostende Woord, Heer. Toon me uw tederheid. Toon me uw liefdevolle, eeuwige genade.”

David was eigenlijk een belofte aan het claimen die God hem eerder had gegeven: "Genadig en barmhartig is de HERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. De HERE is voor allen goed, en zijn barmhartigheid is over al zijn werken.” (Psalmen 145:8-9).

Waar we ook doorheen gaan, Gods genade is er voor ons. Zoals David zegt: “Zijn genade is over al zijn werken, in al zijn mensen”. God is er niet op uit ons te veroordelen of te straffen. Zoals iedere liefdevolle vader vertelt Hij zijn kinderen: "laat Mij jou door dit alles heen liefhebben. Ik wil dat je Mij kent te midden hiervan. Ik gebruik dit om je de diepte van mijn liefde te laten zien."

Hoe erg ons lijden ook is, God is iets speciaals en iets goeds in ons aan het doen.

Ik moet iets opbiechten. De boodschap die ik hier schrijf werd geboren vanuit de diepe wonden veroorzaakt door vrienden die zich tegen mij hadden gekeerd. Soms wordt het ergste lijden veroorzaakt door hen die je het meest nabij zijn. Hun woorden en beschuldigingen snijden het diepst omdat ze jou het beste lijken te kennen.

Ik denk speciaal aan een vriend die ik had raad gegeven. Hij kwam naar mij toe en beschuldigde mij vals met een stortvloed van verschrikkelijke woorden die mij diep verwondden. Ik ging naar huis van onze samenkomst vandaan en was gebroken. Ik viel op mijn aangezicht, en pleitte met de Heer. "Hoe kon mijn vriend zulke pijnlijke dingen tegen mij zeggen? Ik heb me nog nooit zo gewond gevoeld. Dit is een aanval van de vijand. Ik weet in mijn hart dat de dingen die hij zei niet waar zijn."

Ik vergaf mijn vriend voor het feit dat hij mij had gekwetst, en ik bad voor hem. Maar er knaagde nog iets in mij. In mijn geest was nog iets onrustigs aan de gang. Ik ging weer terug in gebed en vroeg de Heer ditmaal: "Heer, bent U in deze zaken ergens aanwezig? Stond U dit toe? Probeert U me iets duidelijk te maken?"

De Heer antwoordde me met een zeer noodzakelijke correctie in een bepaald gebied in mijn leven. Het onrustige gevoel in mij over de beschuldigingen van mijn vriend was eigenlijk een oproep om wakker te worden over een zaak die mij had kunnen kapotmaken. Het maakte dat ik moest stoppen, bidden, in mijn hart moest kijken en aan Jezus moest vragen om aan mij te openbaren wat het was dat mij hinderde om voorwaarts met Hem te gaan.

Als we onszelf vernederen temidden van lijden, is God getrouw ons geweldige openbaringen te geven van Zijn genade. Dat deed hij precies voor mij. Toen ik zijn liefdevolle correctie ontving, fluisterde de Heilige Geest tegen mij: "David, ga naar mijn woord. Onderzoek mijn genade, mijn liefdevolle vriendelijkheid, mijn bereidheid om te vergeven."

De waarheid is, als God een belangrijke zaak in mijn leven heeft gedaan, dan is dit geweest tijdens mijn donkerste uur. Ik heb mijn meest belangrijke lessen voor mijn leven geleerd tijdens mijn tijden van diepste pijn. Zijn genade kwam toen ik eindelijk ophield met proberen de zaken zelf duidelijk te maken en Hem toestond zijn weg in mijn leven te gaan.

Ik heb een heleboel apologetische boeken gelezen van geweldige mannen van God. Ze proberen het lijden van heiligen te verklaren bij wie de beproevingen altijd maar doorgaan, dag na dag, jaar naar jaar, soms een heel levenlang. Maar de meeste antwoorden geven me geen voldoening. Ik kan gewoonweg niet theologisch verklaren waarom sommige van de meest vrome mensen juist het ergst en het langst moeten lijden.

Maar wel is mijn geloof opgebouwd door nederige mensen die getuigd hebben van Gods getrouwheid aan hen in hun ondenkbaar lijden. Ik denk aan Sam, een oudste in onze kerk, die geleefd heeft met een onbeschrijfelijk kwellende pijn, al 15 jaar lang. Hij is geopereerd en nog eens geopereerd en nog loopt hij met een stok. Iedere keer als ik Sam zie, heeft hij Gods woord op zijn lippen en de vriendelijkheid van Christus op zijn gezicht. Hij bidt dagelijks voor mij en voor onze pastorale staf. Voor mij is Sam een geloofsheld die behoort tot de lijst die genoemd wordt in Hebreeën 11.

Ik denk ook aan Jimmi, de echtgenoot van de secretaresse die ik al heel lang heb. Sinds zijn kinderjaren heeft Jim geleden aan migraine aanvallen die zelfs de meest krachtige medicatie niet konden opheffen. Door de jaren heen heeft hij het meeste van zijn gezichtsvermogen verloren en ook zijn gehoor. Maar ik ken weinig mensen die zo vriendelijk en aardig zijn als Jimmi. Ik noem hem Mijnheer Fantastisch. Deze man heeft verschrikkelijk veel pijn te doorstaan, maar iedere keer als ik aan hem vraag hoe het met hem gaat, antwoordt hij: "Fantastisch".

Tenslotte denk ik aan mijn vrouw Gwen die al meer dan 25 operaties heeft moeten doorstaan, waarvan verscheidene om kanker te verwijderen. Ze heeft bijna haar hele gezichtsvermogen verloren door maculaire degeneratie. In de afgelopen 50 jaar heeft Gwen intense fysieke pijn gekend en weinig jaren is ze er vrij van geweest. Toch klaagt ze niet. Als ik naar haar kijk en naar Sam en Jimmi, dan zie ik getuigen van wie ik moet zeggen: "God is getrouw".

“Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige”, zoals David zegt, maar God zal, op zijn tijd en op zijn wijze, ons van die allen verlossen. En zijn verlossing is durend, één die de duivel niet kan verhinderen. Hoe dat kan? Hij maakt dat we niet alleen worden verlost van het lijden, maar ook van twijfel en angst. We kunnen iedere pijn, ieder probleem, onder ogen zien komen omdat we weten dat hij met ons is te midden van dit alles.

Hier zijn meer beloftes van God voor hen die moeten lijden:

“Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid.”, 2 Corinthe 4:17.

“Barmhartig en genadig is de HERE, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid; niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen; Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden; maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen. Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons; gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de HERE over wie Hem vrezen. Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn.”, Psalmen 103:8-14.
 

COPYRIGHT/REPRODUCTIE BEPERKINGEN: Deze gegevens/publicaties zijn alleen eigendom van World Challenge, Inc. Ze mogen alleen in zijn geheel geprint worden voor het gebruik van de lezer of om door te geven aan familie en vrienden. Ze mogen op geen enkele manier gewijzigd of bewerkt worden en alle reproducties van deze gegevens/publicaties moeten dit copyright bericht bevatten. Dit materiaal mag niet verzonden/electronisch verstuurd worden naar en getoond worden op andere webpagina's of FTP pagina's, behalve op die van: worldchallenge.org, davidwilkerson.org of tscpulpitseries.org.

© 2008 World Challenge, Inc., PO Box 260, Lindale, Texas 75771



DISCLAIMER
Our policy is that all gifts designated for a specific project be applied to that project. Occasionally we receive more funds than can be wisely used for the designated project. When that happens, we use those funds to meet other similar pressing needs in the same country to advance the gospel.

  Back to Top